Op het eerste gezicht zou je denken dat de grootschalige uitgraving van grondstoffen de natuur vernietigt en de biodiversiteit ondermijnt. Groeven en grindkuilen vormen echter belangrijke leefomgevingen voor planten en dieren die steeds vaker verdreven worden door ontwikkeling in andere gebieden. Tal van wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat groeven, grindkuilen en andere dagbouwmijnen bijzonder waardevol kunnen zijn voor milieubescherming doordat ze een ongestoorde habitat vormen voor zeldzame en beschermde soorten.

Voordat de ontginningsactiviteiten beginnen op een gegeven terrein voert HeidelbergCement een milieueffectenstudie uit. Een belangrijk deel van deze evaluatie is de dialoog met de verschillende belanghebbenden, zoals milieuautoriteiten, natuurbeschermingsorganisaties en lokale gemeenschappen.

Tijdens de ontginningsperiode moedigt HeidelbergCement alle vormen van biodiversiteitsbevordering aan. Door middel van gepaste biodiversiteitsmaatregelen (biodiversiteitsbeheersplannen), uitgekiende ontginningsoperaties die blijven zorgen voor dynamiek in het landschap en rekening houden met het broedseizoen, maar ook door een degelijke vorming van het groevepersoneel, bewijst HeidelbergCement dat moderne ontginningsactiviteiten en biodiversiteitsbevordering hand in hand kunnen gaan.

HeidelbergCement is het eerste bedrijf in de bouwmaterialensector dat een richtlijn ingevoerd heeft om biodiversiteit in zijn groeven te bevorderen aan de hand van consistente normen voor ontginning en renaturatie. Alle vormen van nagebruik, zoals de oprichting van natuurgebieden, landbouwgrond, bossen of recreatieparken, worden besproken met onze belanghebbenden en zijn erop gericht de lokale biodiversiteit te behouden of zelfs te vergroten. De Biodiversiteitsrichtlijn van HeidelbergCement wordt opgelegd bij al onze activiteiten in Europa. Voor onze activiteiten in Azië wordt een aangepaste versie gebruikt als leidraad.