Ruimtelijke veranderingen in de ontginningsgebieden kunnen ontwikkelingsgebieden creëren voor dieren en planten. Deze zones variëren in leeftijd, hebben verschillende structuren en zijn nauw verbonden met elkaar (successiezones). Telkens als er mineralen ontgonnen worden uit een van deze gebieden wordt er elders een vervangingsgebied aangelegd. De biotopen, samen met hun planten en dieren, die getroffen worden door ontginningsactiviteiten en ontstonden als gevolg van ontginning, zwerven daarom heen en weer over de ontginningssite. Deze continu herontgonnen successiezones worden zwerfbiotopen genoemd..

Zwerfbiotopen doen een grote structurele diversiteit ontstaan, waardoor zeldzame planten en diersoorten zich kunnen vestigen in het gebied. Ondiepe, tijdelijke waterplassen zonder begroeiing of de sporen van zware vrachtwagens, die binnen een zeer korte tijdsspanne kunnen ontstaan tijdens het ontginningsproces, zijn typische zwerfbiotopen voor amfibiesoorten zoals de geelbuikvuurpad of de groene pad. Tijdens lopende ontginningsactiviteiten zal de kleine plevier zich probleemloos nestelen op uitgestrekte rots- of grindgronden die haast geen begroeiing bevatten, op voorwaarde dat er zich minstens tijdelijke waterplassen in de buurt bevinden.