Beschrijving: 

De groeve van Romont wordt sinds 1973 door CBR uitgebaat voor de winning van Maastrichts tufkrijt, krijt in diverse kleuren, en klei die verwerkt worden in de op de site liggende cementfabriek van Lixhe. De groeve levert jaarlijks 1.600.000 ton grondstoffen aan de fabriek die deze gebruikt als grondstoffen in een oven met "droog procedé" die jaarlijks 1.400.000 ton klinker produceert. De afzetting beslaat een oppervlakte van 550 hectare, waarvan 330 in het Waals Gewest. Wanneer de volledige oppervlakte tot aan de 65 m lijn zou worden uitgebaat zou 230 miljoen ton krijt en tufkrijt kunnen worden gewonnen op de site. De extractiezone en de uitbreiding ervan betreffen momenteel 230 hectaren.

Geologie van de site

De formaties zeekrijt (Campaniaan) en tufkrijt (Maastrichtiaan) uit het Krijttijdperk die in de groeve van Romont worden gewonnen, zijn bedekt met meerdere meters zeezand uit het Tertiair (Oligoceen, Tongriaan) en continentale formaties (Kwartair), oudere afzettingen van de Maas en ten slotte löss over een dikte van een tot enkele meters. In de bovenlaag door oplossing van het krijt tal van holtes ontstaan dieper gelegen sedimenten van na het krijttijdperk bedekken. De krijtformaties zijn van nature kalkhoudend, terwijl de onderliggende formaties kiezel bevatten. Hoewel ze van nature vrij rijk zijn aan minerale elementen, zijn deze laatste formaties waarschijnlijk uitgeloogd waardoor de bodem oppervlakkig zuur is (Brouyîre d'Emaël, Thier à la tombe, ...) Om deze zuurtegraad te bereiken is echter geduld nodig. Vandaar het ecologische belang van de zuurhoudende stroken in goede staat die op natuurlijke wijze aanwezig zijn.

Herstelling tot landbouwgebied

De groeve van Romont is volledig gelegen in landbouwgebeid van bijzonder hoge kwaliteit. 79,5 % van de oppervlakte van de gemeente is landbouwgebied. De herstelling van de groeve van Romont tot landbouwgebied: nivellering van de steriele gesteenten achterin de groeve, de bedekking ervan door een bebouwbare laag met een dikte van ten minste 30 cm, de grond omploegen, bemesten en beplanten. Na uitbating en herstel in de oorspronkelijke staat zullen de gronden worden ter beschikking gesteld voor landbouw. Dankzij de werken die al werden uitgevoerd, werd ondertussen een oppervlakte van 30 ha akkerland beschikbaar gesteld.

Andere herinrichtingen

De westelijke en oostelijke randen (langs de RN 671) werden reeds opnieuw geprofileerd. Er

werd beplanting aangebracht om een bufferzone te creëren.

De oudste betreffen hoofdzakelijk Robinia valse acacia, geënte berken en elzen (Alnus glutinosa en Alnus incana). De acacia en de witte els zijn niet inheems voor het Waalse gewest, de eerste wordt nu erkend als een invasieve soort.

Ze zijn gelegen:

➢ langs de zoom van het bos ten oosten van Eben

➢ langs de RN 671 aan de rand van de weg (zuidwestelijke flank van de terrils) en op de flanken uitgevend op de groeve (zuidoostelijk van de rotonde).

Recentere beplantingen bestaan uit inheemse soorten (esdoorn, haagbeuk...), met veel meer variatie, met een meidoornhaag (Crataegus monogyna), egelantiers (Rosa canina), clematis (Viburnum opulus), rode kornoeljebes (Cornus sanguinea,...). Ze bevatten eveneens altijdgroene planten (Thuy occidentalis) om een permanent scherm te creëren tussen het dorp Eben Emaël en de groeve.

Ze zijn terug te vinden op de actuele noordoostelijke rand van de groeve, ten noorden van het dorp Eben, op de oude boomgaarden en tuinen en op landbouwgrond. Deze beplanting zou tijdens de verdere exploitatie geleidelijk aan naar het noorden toe moeten worden uitgebreid.

Parallel aan de definitieve herbestemming ontstond in de eerste jaren van de uitbating van de groeve op de zuidwestelijke kant van de site een terril van steriele grond (de Butte du Romont). Deze terril, met een oppervlakte van ongeveer 22 hectare en een hoogte van 30 meter, zal op termijn worden genivelleerd en vervangen door nieuwe landbouwgronden.

Een kleine boomgaard met enkele hoogstammige fruitbomen werd bijkomend geplaatst op het grasveld ten noorden van de parkings voor de werknemers van de grove, net achter het kruitmagazijn.

Beschrijving van de habitat, de fauna en de flora: 

Momenteel worden op de site minstens 19 verschillende milieus onderscheiden.

Naar grootte gerangschikt gaat het om:

  • naakte stranden, sectoren in exploitatie en wegen, (52,7 ha, of 38% van de oppervlakte van de groeve).
  • mesofiele en acidofiele grasvelden op zand, leem of grint (26,3 ha, of 19,4% van de oppervlakte van de groeve).
  • heringerichte landbouwgronden (18,6 ha, of 13,7% van de oppervlakte van de groeve)
  • aangeplante berken en wilgen (15,2 ha, of 11,2% van de oppervlakte van de groeve)
  • terrils en opnieuw bewerkte gronden (11,9 ha, of 8,7% van de oppervlakte van de groeve)
  • steenhopen (6,5 ha, of 4,7% van de oppervlakte van de groeve)
  • Gemengde inheemse bossen (3,7 ha of 2,7% van de oppervlakte van de groeve).
  • met grassen begroeid braakland op de kalkhoudende grond van de Dauco-Meliotion (2,3 ha, of 1,7% van de van de oppervlakte van de groeve).
  • oude aanplantingen met een sterke concentratie aan Robinia24 (2,2 ha, of 1,6% van de oppervlakte van de groeve).
  • verbeterde graaslanden en tuingras, waaronder de tuin van de groeve(1,6 ha, of 1,1% van de oppervlakte van de groeve).
  • populieren (1,2 ha, of 0,8% van de oppervlakte van de groeve)
  • hoogstamboomgaarden (1 ha, of 0,7% van de oppervlakte van de groeve)
  • permanent stilstand en ondiep water (0,9 ha, of 0,6% van de oppervlakte van de omtrek van de groeve)
  • bebouwde zones en diverse afzettingen (0,25 ha, of 0,1% van de oppervlakte)
  • beukenbos in parelgras (0,22 ha, of 0,1% van de oppervlakte)
  • eikenbos (0,18 ha, of 0,08% van de oppervlakte van de groeve)
  • stromend water van lage kwaliteit (± 375 m beek rond de omtrek van de groeve)
  • hellingen ( ± 725 m lengte in totaal langs de oostelijke kant van de RN 671)

 

"Biodiversiteitsprojecten" ontwikkeld op de site:

  • Informatieverschaffing aan het groevepersoneel
  • Bescherming van sommige belangrijke soorten (oehoe, rivierzwaluw, veenzwaluw, ...)
  • Beheer en verbetering van de bestaande bebossing en bufferstroken
  • Beheer van de met grassen begroeide braaklanden en coulisselandschappen
  • Beheer van de bodem van de mijnsite met vochtige zones en aangrenzende zandbraaklanden
  • De vleermuizenlocaties
  • Verbetering van de kwaliteit van de landbouwzone (diversificatie van de verbeterende culturen van bloemdragende soorten, ingezaaide stroken met strobloemen, instelling van oogstvrije zones, aanplanten van hagen, bomenrijen en afgeknotte bomen, aanplanting van boomgaarden met ver uit elkaar staande hoogstammige bomen, beheer van invasieve vegetatiesoorten, ...